Snelle screeningstools voor bepalen van verslavingsrisico leveren vergelijkbare resultaten op met uitgebreide DSM-5-diagnose

juni 2023 Verslaving Innovatie Marjolein Haakman-Groot

Substantiemisbruik is een mogelijk gezondheidsprobleem bij jongeren waarbij een tijdige interventie de uitkomsten kan verbeteren. De inzet van screeningstools kan helpen bij het vroegtijdig herkennen van dit substantiemisbruik. Inmiddels zijn er verschillende screeningstools ontwikkeld waarbij wordt gekeken naar de frequentie van substantiegebruik in het afgelopen jaar, om zo het risico op misbruik van alcohol, tabak of cannabis te voorspellen. Drie van deze tools zijn gevalideerd, maar in kleine, homogene of volwassen populaties. In een nieuwe studie van dr. Sharon Levy et al. is onderzocht of de drie eenvoudige tools ook gebruikt kunnen worden bij adolescenten en of deze vergelijkbare uitkomsten geven met een standaarddiagnose aan de hand van de DSM-5.

In de studie werd bekeken of de Screening to Brief Intervention (S2BI), Brief Screener for Tobacco, Alcohol, and Drugs (BSTAD), en de Tobacco, Alcohol, Prescription Medication, and Other Substances (TAPS), accuraat waren in het identificeren van substantiemisbruik bij jongeren van 12 tot 17 jaar. Totaal werden er 798 adolescenten geïncludeerd, van mediaan 14,7 jaar, waarvan 52,0% vrouw was en 65,7% wit. Deze deelnemers werden gerandomiseerd verdeeld over een van de drie elektronische screeningsmethodes. Vervolgens werd een kleine elektronische assessment uitgevoerd en een diagnostisch interview met een onderzoeksassistent waarbij de deelnemer werd beoordeeld aan de hand van de criteria van DSM-5 voor een stoornis in het gebruik van middelen (‘substance abuse disorder’). Tot slot werd bepaald in welke mate de diagnoses met de screeningstool en de standaarddiagnostisering overeen kwamen.

Resultaten

In de primaire analyse werden alle 798 deelnemers in de ‘intention-to-treat’-populatie meegenomen. Onder participanten die vanuit de primaire zorg waren gerekruteerd, maakte 8,3% van het S2BI-cohort, 2,0% van het BSTAD-cohort en 4,2% van het TAPS-cohort gebruik van medicatie op recept. Daarnaast gaf 27,1% van het S2BI-cohort, 18,7% van het BSTAD-cohort en 19,6% van het TAPS-cohort aan gebruik te maken van enige soort substantie, waaronder tabak, alcohol en cannabis.

De sensitiviteit van de S2BI-tool voor het bepalen van een tabak/nicotineverslaving was 0,89, 0,50 voor alcoholverslaving en 0,92 voor een cannabisverslaving. De specificiteit van S2BI was daarbij 0,97, 0,95 en 0,98 voor respectievelijk tabak/nicotine, alcohol en cannabis. De tool behaalde een geschatte ROC-curve-overeenkomst van respectievelijk 0,99, 0,97 en 0,98 bij het identificeren van respectievelijk tabak-, alcohol- en cannabisverslaving, vergeleken met de DSM-diagnostisering. 

De sensitiviteit en specificiteit van BSTAD in het bepalen van een tabaksverslaving waren 1,00 en 0,98, voor alcoholverslaving 1,00 en 0,88 en voor cannabisverslaving 0,89 en 0,94. De tool behaalde hiermee een geschatte ROC-curve-overeenkomst van 1,00, 0,93 en 0,99 voor respectievelijk tabak, alcohol en cannabis in verhouding tot de DSM-diagnostisering.

Ten slotte waren de sensitiviteit en specificiteit van de TAPS-tool 0,63 en 1,00 voor tabak/nicotineverslaving, 0,78 en 0,93 voor het voorspellen van alcoholverslaving en 0,75 en 1,00 voor cannabisverslaving. Hiermee behaalde de TAPS-tool een geschatte ROC-curve-overeenkomst van respectievelijk 0,99, 0,89 en 0,95 wanneer vergeleken met de standaarddiagnostisering.

Conclusie

Bij het gebruik van alle drie de elektronische tools, S2BI, BSTAD en TAPS, werd vastgesteld dat deze adequaat in staat waren om een substantieverslaving te voorspellen. Er werd een hoge mate van overeenkomst gezien tussen de uitslag van de elektronische tools en de diagnose die werd gesteld aan de hand van een interview waarbij werd gekeken naar DSM-5-criteria voor een stoornis in het gebruik van middelen. In alle elektronische tools werd gekeken naar het substantiegebruik van het afgelopen jaar. De TAPS-tool vraagt daarnaast ook naar andere zaken, maar aangezien er geen verbetering in de diagnostische accuratesse werd gezien met TAPS, adviseren de onderzoekers de kortere S2BI- of BSTAD-tool in te zetten bij jongeren. Met deze elektronische tools kunnen jongeren met een verhoogd risico op substantiemisbruik eenvoudig worden geïdentificeerd en kan zo nodig een interventie vroeg worden ingezet.

Referentie

Levy S, Brogna M, Minegishi M, et al. Assessment of Screening Tools to Identify Substance Use Disorders Among Adolescents. Jama Network Open 2023;6:e2314422.