Nieuwe studie wijst op verhoogde prevalentie van ADHD bij patiënten met narcolepsie

december 2023 Wetenschap Neurologie Slaap Willem van Altena

Narcolepsie is een chronische neurologische slaapstoornis die de regulatie van het slaap-waakritme verstoort. Patiënten met narcolepsie ervaren overmatige slaperigheid overdag en kunnen op ongepaste momenten in slaap vallen, zoals tijdens dagelijkse lessen, tijdens het werk of tijdens het autorijden. Ze kunnen ook episoden ervaren van plotseling verlies van spiertonus (kataplexie), levendige hallucinaties en verstoorde nachtelijke slaap. Onderzoekers uit Chengdu (China) voerden onlangs een meta-analyse uit van bijna 5000 wetenschappelijke artikelen om de prevalentie van narcolepsie nader vast te stellen en om narcolepsie te onderzoeken in verschillende leeftijdsgroepen, diagnostische methoden van ADHD, diagnostische criteria voor narcolepsie, narcolepsietypes en verschillende behandelinggroepen op basis van medicatiestatus voor narcolepsie. Ook wilden de onderzoekers vergelijkingen zoeken van de prevalentie van ADHD tussen patiënten met narcolepsie en gezonde controles; en wilden zij factoren identificeren die geassocieerd zijn met ADHD bij narcolepsie. De analyse is gepubliceerd in Neuroscience and Biobehavioural Reviews.

Narcolepsie wordt door de internationale classificatie van slaapstoornissen derde editie (ICSD-3) onderverdeeld in twee types: narcolepsie type 1 (NT1, ook bekend als narcolepsie met kataplexie of hypocretine-deficiënte narcolepsie) en narcolepsie type 2 (NT2, ook bekend als narcolepsie zonder kataplexie). Narcolepsie veroorzaakt verschillende beperkingen die de kwaliteit van leven, academische prestaties, werkproductiviteit en sociale functioneren van een individu negatief kunnen beïnvloeden. Bovendien gaat narcolepsie gepaard met een hoog risico op medische en psychiatrische comorbiditeiten, zoals obesitas, hartziekten, depressie, angst en andere slaapstoornissen, wat de algehele gezondheid van patiënten met narcolepsie verder kan beïnvloeden.

ADHD en narcolepsie

Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) is een van de meest voorkomende psychiatrische stoornissen die kan voorkomen bij patiënten met narcolepsie. Het diagnosticeren en behandelen van zowel ADHD als narcolepsie kan uitdagend zijn vanwege overlappende symptomen tussen de twee stoornissen. Symptomen van ADHD, zoals aandachtsproblemen, impulsiviteit en hyperactiviteit, kunnen lijken op of samengaan met de symptomen van narcolepsie. Bovendien kan overmatige slaperigheid, het kernsymptoom van narcolepsie, ook de manifestaties van ADHD nabootsen of verergeren.

Ondanks deze complexiteiten reageren beide stoornissen over het algemeen goed op behandeling met stimulerende medicijnen. De exacte mechanismen die ten grondslag liggen aan de associatie tussen ADHD en narcolepsie zijn nog niet volledig begrepen, maar er wordt gedacht dat er gedeelde genetische, neurochemische of omgevingsfactoren kunnen bijdragen aan beide aandoeningen.

Discrepantie

Eerdere studies hebben gesuggereerd dat er een hogere prevalentie van ADHD kan zijn bij patiënten met narcolepsie, maar de gerapporteerde percentages variëren. Om deze discrepantie aan te pakken en een beter inzicht te krijgen in ADHD-symptomen bij narcolepsiepatiënten, voerde Kim et al. in 2020 een systematische review en meta-analyse uit. Die analyse omvatte in totaal 328 patiënten in vijf studies en toonde aan dat de geschatte prevalentie van ADHD-symptomen bij narcolepsiepatiënten 33% was. Deze meta-analyse beoordeelde echter alleen het algemene prevalentiepercentage van ADHD-symptomen bij narcolepsie, maar onderzocht niet de potentiële factoren die kunnen bijdragen aan de verschillen in ADHD-prevalentie tussen verschillende studies, zoals de gebruikte diagnostische methode voor ADHD, het type narcolepsie en de medicatiestatus voor narcolepsie. Bovendien is, ondanks enkele individuele studies die een hoger percentage ADHD bij narcolepsiepatiënten rapporteren in vergelijking met gezonde controles, de exacte omvang van de associatie tussen ADHD en narcolepsie onzeker. Daarom is er behoefte aan een uitgebreidere meta-analyse die het risico op ADHD bij patiënten met narcolepsie kwantificeert. Verschillende studies hebben ook gesuggereerd dat de hoge prevalentie van ADHD bij narcolepsie verband houdt met factoren zoals overmatige slaperigheid, depressie en angst, maar de resultaten hierover zijn inconclusief en controversieel. Het identificeren van de bijbehorende factoren kan helpen begrijpen dat patiënten met narcolepsie een hoog risico lopen op ADHD-comorbiditeit.

Methodiek

Het onderzoeksteam in Chengdu richtte de huidige systematische review en meta-analyse op:

  • het evalueren van de prevalentie van ADHD bij patiënten met narcolepsie;
  • het uitvoeren van subgroepanalyse om de prevalentie van ADHD bij narcolepsie te onderzoeken in verschillende leeftijdsgroepen, diagnostische methoden van ADHD, diagnostische criteria voor narcolepsie, narcolepsietypes en verschillende behandelinggroepen op basis van medicatiestatus voor narcolepsie;
  • het vergelijken van de prevalentie van ADHD tussen patiënten met narcolepsie en gezonde controles; en
  • het identificeren van factoren die geassocieerd zijn met ADHD bij narcolepsie.

De wetenschappers diorzochten relevante studies gepubliceerd in PubMed, EMBASE en de Cochrane Library vanaf het begin tot maart 2023 met behulp van de zoekwoorden ‘narcolepsie’ en ‘aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit’ (zie Supplementary Texts S1-S3 voor zoekstrategieën). De initiële zoektocht leverde 4.969 artikelen op. Na het verwijderen van duplicaten (n = 66) en het uitsluiten van records op basis van titels en abstracts (n = 4.844), werden 59 potentieel relevante studies geëxtraheerd voor volledige tekstbeoordeling. Hiervan werden 46 studies uitgesloten vanwege onvoldoende gegevens of het onvermogen om gegevens te extraheren, en werden drie studies uitgesloten vanwege gedupliceerde gegevens. Uiteindelijk voldeden tien artikelen aan de criteria en werden opgenomen in de analyse.

Deze systematische review en meta-analyse, waarbij 839 patiënten met narcolepsie betrokken waren, vond een gepoolde prevalentie van ADHD van 25%. NT2-patiënten vertoonden een aanzienlijk hogere prevalentie van ADHD dan NT1-patiënten (46% vs. 20%). Bovendien toonde onze meta-analyse van vier studies met gezonde controlegroepen aan dat de odds ratio voor ADHD bij patiënten met narcolepsie ongeveer 10 keer hoger was vergeleken met gezonde controles. Verschillende factoren zoals overmatige slaperigheid, vermoeidheid, ernst van slapeloosheid en kwaliteit van leven werden aangetroffen.

Monitoren en beheren

Opmerkelijk genoeg vertoonden patiënten met narcolepsie type 2 een aanzienlijk hogere prevalentie van ADHD dan die van narcolepsie type 1 (46% versus 20%, p = 0,045). Bovendien was de prevalentie van ADHD aanzienlijk verhoogd bij narcolepsie vergeleken met de gezonde controles (odds ratio 9,59, 95% BI, 4,06-22,63, p < 0,001). Verschillende factoren, zoals overmatige slaperigheid overdag (EDS), vermoeidheid, ernst van slapeloosheid en de kwaliteit van leven, waren significant geassocieerd met ADHD bij narcolepsie (allemaal ps < 0,05). Deze bevindingen benadrukken het belang van het monitoren en beheren van ADHD bij narcolepsie en bieden een aanwijzing om ADHD te verminderen door in te grijpen in deze geassocieerde factoren.

Screenen en beheren

Deze meta-analyse benadrukt de verhoogde prevalentie van ADHD bij patiënten met narcolepsie, met name bij narcolepsie type 2, en benadrukt dat bepaalde factoren zoals overmatige slaperigheid, vermoeidheid, slapeloosheid en de kwaliteit van leven gerelateerd zijn aan ADHD. Deze informatie kan zorgprofessionals helpen bij het effectief screenen en beheren van ADHD bij narcolepsie. Desalniettemin is toekomstig onderzoek nodig om de onderliggende mechanismen van de nauwe relatie tussen ADHD en narcolepsie te verkennen.

Referentie

Jiafeng Ren, Xianchao Zhao, Changjun Su, et al, ADHD in Narcolepsy: A Closer Look at Prevalence and Ties, Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 2023, 105471, ISSN 0149-7634, https://doi.org/10.1016/j.neubiorev.2023.105471.